Over vleermuizen

Vleermuizen, overal op de wereld komen ze voor deze vliegende zoogdieren. Alleen op de noord en zuid pool en een paar afgelegen eilanden komen ze niet voor. Omstreeks  maart – april  komen  de vleermuizen weer uit hun winterslaap en vliegen uit als het donker is geworden. 
IMG_1117
Vleermuizen vliegen  in het donker  om geen last te hebben van andere dieren  die hen  willen op eten. En ze vliegen om aan eten te komen, insecten dus, heel veel insecten. Toch worden ze wel eens gevangen  bijvoorbeeld  door uilen, katten en soms een meeuw. Overdag slapen de vleermuizen op hun kop  in holle bomen, zolders, spouwmuren en soms ook  in  vleermuiskasten. Vleermuizen overnachten dus niet, ze overdagen. Vleermuizen vangen insecten door geluid te maken. Ze maken voor mensen een onhoorbaar geluid, we noemen dat ultrasoon geluid. Dat ultrasone  geluid weerkaatst op een insect, dat weerkaatste geluid vangt de vleermuis weer op en kan dan bepalen waar het insect vliegt en kan dan vervolgens  het insect  vangen of niet, ze missen soms een insect. Vleermuizen moeten dus een heel goed en scherp gehoor hebben, hun kijk vermogen is minder. Vleermuizen gebruiken de echolocatie niet alleen om insecten te vangen maar ook om zich te oriënteren. Paartijd van vleermuizen valt grotendeels in het najaar. Maar ze paren ook wel tijdens de winterslaap. In het najaar moeten vleermuizen vooral de vetreserves opbouwen (bruin vet) om de winter door te komen. In het voorjaar gaan ze eerst effe flink wat eten (opvetten) alvorens de eisprong plaatsvindt. De vrouwtjes gaan daarna op zoek naar een mannetje, dat is bijzonder, bij veel dieren gaat juist het mannetje opzoek naar een vrouwtje. Na het paren worden de  vrouwtjes niet direct  zwanger. Zij bewaren het sperma van het mannetje  in een speciale klier tot het volgend voorjaar, pas dan wordt het vrouwtje drachtig. Dat doen ze omdat in het najaar heel weinig insecten rond vliegen.  De moeder en het jong zouden daardoor te weinig   eten krijgen, bovendien is het dan ook te koud. Omstreeks eind april worden veel vrouwtjes  drachtig. Vaak gaan  drachtige  vrouwtjes, van dezelfde soort, gezamenlijk  een kolonie vormen, zonder mannetjes, we noemen dat een kraamkolonie. Een kraamkolonie is soms wel  25-250 vrouwtjes  groot en  is door het grote aantal dieren beter bestand tegen gevaar van buitenaf  en de jongen zijn minder kwetsbaar omdat er altijd wel een vrouwtje in de kraamkamer achterblijft als de andere vrouwtjes op jacht zijn naar insecten. Het jong wordt meestal  in juni – juli geboren en gaat direct na de geboorte bij zijn moeder drinken. Soms vliegt het jong, als het nog klein is, met moeder mee, vast geklemd aan haar borst. Gedurende de nacht, als het jong thuis is gebleven, komt  het vrouwtje regelmatig terug van de jacht om het jong te laten drinken. Na ongeveer  3 weken gaat  het jong  vliegen en na ongeveer 6 weken kan het jong  zelfstandig op jacht gaan. Na het uitvliegen van de jongen valt de kraamkolonie uit een.  Als het koud gaat worden, en  er ook geen insecten meer rond vliegen, gaan de vleermuizen in winterslaap.
foto 2
Ze kruipen dan weg in bijvoorbeeld de spouw van een muur, een zolder , soms een holle boom of  in de kelder van een oud gebouw. In een winterverblijf zakt de temperatuur van een vleermuis naar ongeveer de omgevingstemperatuur. De hartslag daalt naar ongeveer 20 a 30 slagen per minuut.  (Normaal bij het jagen 400 slagen per minuut) Ademhaling eens in de vijf a zes minuten.  De meeste vleermuizen hangen, in de winter,  juist niet op hun kop tijdens de winterslaap. Ze zitten dan verstopt in allerlei gaten en spleten.  In Nederland komen ongeveer 19 soorten vleermuizen voor die allemaal insecten eten, soms wel 1000 per nacht. Ze zijn daarom hele nuttige dieren die veel , soms lastige, insecten zoals muggen  opeten. De meest voorkomende vleermuis in Nederland is de gewone Dwergvleermuis, verder komen nog redelijk algemeen voor de, Laatvliegers, Grootoren, Rosse vleermuizen en watervleermuizen. Iedereen heeft  wel eens een gewone Dwergvleermuis gezien. Het is een kleine vleermuis met een “vlinderachtig” vlieggedrag  ongeveer 4-5  meter hoog in de lucht, soms hoger als daar meer insecten rond vliegen. Vaak vliegen  ze door de straten van een dorp of stad.  De vleermuizen in Nederland zijn streng beschermde dieren, ze mogen dus nooit gevangen, verstoord of gedood worden. Ook de verblijfplaatsen van vleermuizen zijn beschermd. Bij overlast, soms kan dat voorkomen, moeten vleermuisdeskundige mensen ingeschakeld worden  om te helpen bij het oplossen van de overlast. Bij  IVN Boxmeer  is  een vleermuizenwerkgroep actief.  De leden van deze groepen worden vaak door particulieren of  de gemeente  gevraagd om een vleermuis problemen op te lossen. 
Bescherming:
Vleermuizen verdienen bescherming omdat ze nuttig zijn en ze leven in groepen, waardoor ze zeer kwetsbaar zijn. Bij het isoleren van oude woningen kan een hele kolonie worden verwoest. Ook planten vleermuizen zich traag voort, niet meer dan één jong per jaar! Goede rustplaatsen overdag (holle bomen) en goede overwinteringsplaatsen, met zeer weinig verstoring, veiligheid voor roofdieren en de mens, en een temperatuur die ’s winters niet onder het vriespunt zakt, zijn schaars.  Grootste vijand van de vleermuis is de kat! Ik heb ooit situaties aangetroffen waar een kat meer dan twintig dwergjes uit de uitvliegopening had geslagen. En dat schijnen geen zeldzame gevallen te zijn. Ook boomvalken pakken wel eens een vleermuis vooral als vleermuizen overdag gaan vliegen (water drinken) bij extreem hoge temperaturen. Vlak echter de steenmarter ook niet uit. Deze kan in winterverblijven ook nogal eens flink huishouden.Ook de gecultiveerde landschappen van tegenwoordig worden vaak armer aan insecten.
Veel vleermuizen hebben om zich te oriënteren ‘corridors’ nodig van maasheggen of bomenrijen om zich over grotere afstanden te kunnen verplaatsen.