Cyclus van de vleermuis

De levenswijze van vleermuizen in Nederland.
Omstreeks Maart – April komen de vleermuizen weer uit hun winterslaap en vliegen uit als het donker is geworden.
Vleermuizen vliegen in het donker om geen last te hebben van andere dieren die hen willen opeten.
En ze vliegen om aan eten te komen, insecten dus, heel veel insecten.
Toch worden ze wel eens gevangen bijvoorbeeld door uilen, katten en soms een Meeuw.
Overdag slapen de vleermuizen ondersteboven (op hun kop) in holle bomen, zolders, spouwmuren en soms ook in vleermuiskasten. Vleermuizen overnachten dus niet, ze overdagen.
Vleermuizen zijn zoogdieren.
Het zijn de enige zoogdieren die kunnen vliegen. En ze bestaan al zeker 60 miljoen jaren.
Dat weten we door fossiele vondsten, bijvoorbeeld in Duitsland.
Ze eten insecten.
De vleermuizen vangen insecten door geluid te maken. Ze maken een voor mensen een onhoorbaar geluid, we noemen dat ultrasoon geluid. Dat ultrasone geluid weerkaatst op een insect, dat weerkaatste geluid vangt de vleermuis weer op en kan dan bepalen waar het vliegt en kan dan vervolgens het insect vangen of niet, ze missen soms een insect. Vleermuizen moeten dus een heel goed en scherp gehoor hebben, hun kijk vermogen is minder.
De paartijd.
Deze loopt bij vleermuizen van augustus tot november. De vrouwtjes gaan dan op zoek naar een mannetje, dat is bijzonder, bij veel dieren gaat juist het mannetje opzoek naar een vrouwtje.
Na het paren worden de vrouwtjes niet direct zwanger.
Zij bewaren het sperma van het mannetje in een speciale klier tot het volgend voorjaar, pas dan wordt het vrouwtje drachtig. Dat doen ze omdat in het voorjaar najaar heel weinig insecten rond vliegen. De moeder en het jong zouden daardoor te weinig eten krijgen, bovendien kost het zwanger zijn in winterslaap veel energie. is het dan ook te koud.
De drachtperiode.
Omstreeks eind april begin mei tijd worden veel vrouwtjes drachtig.
Vaak gaan drachtige vrouwtjes, van dezelfde soort, gezamenlijk een kolonie vormen, zonder mannetjes, we noemen dat een kraamkolonie.
Een kraamkolonie is soms wel 25-250 vrouwtjes groot en is door het grote aantal dieren beter bestand tegen gevaar van buitenaf en de jongen zijn minder kwetsbaar omdat er altijd wel een vrouwtje in de kraamkamer achterblijft als de andere vrouwtjes op jacht zijn naar insecten.
De geboorte en opgroeien.
Het jong wordt meestal in juni – juli geboren en gaat direct na de geboorte bij zijn moeder drinken.
Soms vliegt het jong, als het nog klein is, met moeder mee, vast geklemd aan haar borst.
Gedurende de nacht, als het jong thuis is gebleven, komt het vrouwtje regelmatig terug van de jacht om het jong te laten drinken.
Na ongeveer 3 weken gaat het jong vliegen en na ongeveer 6 weken kan het zelfstandig op jacht gaan. Na het uitvliegen van de jongen valt de kraamkolonie uit een.
De voortplanting:
De paring vindt meestal plaats in de herfst. Het vrouwtje bewaart het sperma in haar lichaam tot na de winterslaap. Pas na vijf maanden vindt de bevruchting plaats.
Het jong wordt geboren als de meeste insecten vliegen, ongeveer eind juni! De vrouwtjes brengen hun jongen ter wereld in kraamkolonies waarin alleen vrouwtjes met hun jong verblijven.
Het jong zit qua grootte tussen een bij en een hommel en is kaal en zo roze als een garnaal. De jongen zijn na vijf weken zelfstandig.
De zwangerschap  bedraagt 44 tot 80 dagen en is afhankelijk van het voedselaanbod!
Winterverblijf:
Vleermuizen houden een winterslaap van ongeveer vijf maanden. In een winterverblijf zakt de temperatuur van een vleermuis naar ongeveer de omgevingstemperatuur. De hartslag daalt naar ongeveer 20 a 30 slagen per minuut.  (Normaal bij het jagen 400 slagen per minuut) Ademhaling eens in de vijf a zes minuten.  Zij verteert bijna geen vet en kan vijf maanden zonder voedsel door komen.  Soms worden ze wakker en likken dan condensdruppels van een wand of plafond.
In de overwinteringsplaats moet een heel constante temperatuur heersen,  niet vriezen en ook niet warmer zijn dan tien graden.
Ook moet het er bij voorkeur vochtig zijn, om uitdroging van de vleermuis te voorkomen. (Denk aan een koelkast waarin de vleeswaren uitdrogen).
Plaatsen die voldoen vindt men onder de grond. (IJs)kelders, oude militaire forten, bunkers en de mergelgroeven in Zuid-Limburg zijn zulke plaatsen. Sommige soorten overwinteren ook in spouwmuren van gebouwen, tunnels, boomholten met een kleine ingang en dikke wanden, e.d.